Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

vrijdag 10 november 2017

Floris V-pad; wandelen van Dinteloord naar Steenbergen

Vet cool in de vette klei

Woensdag 8 november 2017
19 kilometer



Met de inschatting dat een klein gezin een goede maaltijd heeft van één spruitenstronk rekenden we uit dat er op de spruitjesakker voldoende stond om er de rest van ons leven elke dag van te eten. Waarschijnlijk stond er genoeg om zelfs de lezers van dit blog de rest van hun leven spruitjes te laten eten. Met dat onsmakelijke vooruitzicht liepen we snel door om ons te verwonderen hoe we in dit kale land toch nog geïntrigeerd raakten. Bijvoorbeeld door het ons onbekende agrarische werk op de vette klei van West-Brabant.


Leeg vet land
Voor onze begrippen is West-Brabant een leeg land. Toch zijn er blijkbaar mensen die deze leegte erg op prijs stellen. Hoe besluit je anders om midden in een akker een klein huis neer te zetten met rond om je heen de akkers en een zicht tot aan de dijk van de Drie Broederspolder? Dat is de polder die grenst aan de Drievriendenpolder vlakbij Benedensas, het schutsluizencomplex aan het einde van de Steenbergse Vliet. Het is maar dat je het weet. 
Op allerlei manieren moet het wel rustig wonen hier. Zo lijkt ons de kans klein dat een projectontwikkelaar hier ineens iets voor je deur gaat plannen. Hoogstens komt er nog een windmolen bij. En met een beetje geluk kun je daar dan aan verdienen.
Kleiroute
Om bij de Benedensas te komen waren we in Dinteloord gestart met een snelle run langs de Annapolder waar we op de Oudlandse Dijk onze spruitjesberekening maakten. In de verte zagen we zwaailichten midden in de akkers. Grote beesten van ..., ja van wat, waren daar aan het werk. Even later kwam zo'n bakbeest voorbij. Blijkbaar halen ze, naast suikerbieten en spruitjes, hier ook aardappelen uit de klei. Nog even en wij kunnen een agrarisch zaaiplan opstellen.

Dat het zware klei is zagen we ook aan een voort ploegende tractor. Met vier ploegbladen werd de ene na de andere strook omgegooid. Aan de voren te zien zeker veertig centimeter diep. Een hele zwerm meeuwen er achteraan. Door de verse schittering van de klei was goed af te lezen waar de boer vandaag gestart was. Hij moest al vroeg zijn begonnen en bestand zijn tegen enige eentonigheid.

Benedensas
Langs de Steenbergse Vliet wordt enige verwilderde natuur gedoogd. Daar zagen we de eerste dieren; sommige van agrarische origine en andere die het gewaagd hadden de mens te trotseren.


De Benedensas uit 1824 is een enclave van oude watertechniek in deze agrarische omgeving. Met enig geluk is in de zomer ook het gelijknamige Restaurant, annex Huiskamercafé en Theetuin geopend. Ben je zo gek om in november op een heiige dag voorbij te komen dan vind je vermaak in de bunker uit de Tweede Wereldoorlog en de daar tegenaan gebouwde uitkijktrap, waar je uitkijkt over de natuur van de Dintelse Gorzen. Zo te zien natte bossen op het buitendijkse land tussen de polder en het Volkerak.


Bij de sluis lieten wij ons opnieuw verrassen. Hoe zetten wij onze wandeling voort? Er was geen gesloten sluisdeur om overheen te lopen naar de overkant. De vermoedelijke loopplank was aanwezig, maar lag aan die overkant. Wel was er een bedieningspaneel met display en een op ons niveau afgestemde, eenregelige instructie: 'Druk twee keer op de knop'. Er was gelukkig maar één knop.  Een bel rinkelde en daarna gebeurde er niets. Behalve op het scherm. Langzaam kroop het digitale streepje naar rechts. Het niet aanwezige scheepvaartverkeer kreeg ruim de tijd om zich uit de sluis te verwijderen. Tenslotte kroop de loopbrug naar ons toe. Een mooi systeem als je, zoals wij, tijd genoeg hebt. 
De Heen
Na dertien kilometer ben je in deze leegte blij met enige bebouwing, ook al is het maar een gehucht van drie straten dat gebouwd lijkt op een kruispunt van polderdijken. Als je in de centrale straat even goed kijkt zie je de andere kant van het dorp. Dat deden wij niet. Gelijk door naar Eetcafe 't Goeleven. Yes, het was open. Eindelijk even zitten met een kop koffie en een Brusselse wafel. Zo komen we al dichterbij België.
Op advies van de bediening gingen we de rest van de route langs de Steenbergse Vliet. De waterkant geeft tenslotte meer afwisseling dan een asfaltweg. Ook hier konden we onze agrarische kennis verder uitbouwen en ons vergapen aan de snelheid waarmee tegenwoordig een sloot wordt geschoond. De ene trekker ragde met een soort verpulveraar over de brede rietkraag en de andere haalde als een breedbekkikker met een zes meter brede maaibalk aan een open dregbak alle beplanting uit de sloot. Leeg is hier op alle gebieden letterlijk leeg. In tien minuten alle ongewenste restanten van rebelse natuur weg. 
Verder stonden we stil bij een trekker met voorop een bak met zaaigoed die met een slang verbonden was met een apparaat achter de trekker dat de grond omwoelde, zaaide en egde. Het blijven mooie en ingenieuze combinaties.
omwoelen, eggen, en zaaien tegelijk

in tien minuten alle ongewenste rebelse natuur weg.

Steenbergen
Steenbergen, eindpunt. Als je goed op de kaart kijkt haal je er nog een soort vesting uit. In het echt valt het niet meer zo op. Na het verlaten van de Vliet volgden we een aftakking, die op de kaart het predicaat haven krijgt. Eerst passeerden we een oude schans, voormalig fort Hendrik. Eigenlijk is het een nieuwe schans want er wordt weer veel grond verzet om deze schans te herbouwen. Daarna volgde een stuk oud haventerrein dat net als in andere wereldsteden door projectontwikkelaars is omgezet in moderne bebouwing. Een modieus reuzenrad hebben we niet kunnen ontdekken. De omzwervingen door de metropool verliepen verder voorspoedig waarbij na de Nederlandse 'Frietstore', het internationale karakter werd benadrukt door de vele internationale eetgelegenheden. Truks, Grieks, Chinees-Indisch, Italiaans, alles is mogelijk in Steenbergen. Bijna waren we nog even Pools gaan winkelen, maar de schwung ging eruit. Het werd te werelds. Niks meer lekker uit de klei getrokken. We gaan naar huis.
een korte samenvatting van deze wandeling

De dagverslagen worden verzameld in de pagina 

maandag 16 oktober 2017

Floris V-pad; wandelen van Numansdorp via Willemstad naar Dinteloord

Windmolenland

Vrijdag 13 oktober 2017

West-Brabant, windmolenland
'Hoeveel denk je dat er staan?'. Frank had net een driehonderdzestig graden-telling gemaakt van alle windmolens die je tot aan de horizon kon  zien. En in West-Brabant kun je ver zien. Je loopt van de ene kale polder naar de andere en nu stonden we midden in de Sabina-Henrica Polder op de Sabinaweg. Mooie namen in een lege, tochtige omgeving. De laatste tien kilometer van de vesting Willemstad naar Dinteloord hadden we nauwelijks foto's gemaakt. Aan lege foto's valt alleen leegte af te zien. 'Nou hoeveel? 'Eenenvijftig', antwoordde Frank op geïmponeerde toon.
Hollands Diep met op de achtergrond de brug over het Volkerak
Hollandse waters en luchten
Het eerste stuk van deze wandeldag gaf daarentegen voldoende afleiding. Van Numansdorp in de Hoekse Waard naar Willemstad in 'Staats Brabant' valt er veel te zien. Door het dauwnatte gras liepen we op de kade langs de buitenhaven van Numansdorp naar de oevers van het Hollands Diep. Schitterend om daar op deze zonnige ochtend te genieten van het uitzicht over kilometers water die zich daar ontvouwen. Aan de overkant vaag afstekend in het tegenlicht de koepel van de kerk van Willemstad.  
Willemstad, je ziet het liggen, maar het is nog negen kilometer lopen om er te komen. Laag zijn de silhouetten van de binnenvaartschepen die aan de overkant in colonne voorbij trekken naar de Volkeraksluizen. Op deze afstand is daarvan slechts de brug over het Volkerak te onderkennen. Maar dat zullen we straks gaan van dichtbij gaan bekijken. Scherp rechts, ons volgende doel, de Haringvlietbrug. 
Haringvlietbrug
De brug en de sluizen
Over de oude zeekade en door de buitendijkse gorzen is het prettig lopen richting de Haringvlietbrug. In de luwte van het bos krijg je de neiging om je trui uit te trekken, maar eenmaal op het brugtalud laat je dat wel uit je hoofd. Ook al staat er vandaag geen echt harde bries, hier op de brug komt de wind over het Haringvliet vanuit het zuidwesten flink op snelheid. Het leuke van zo een brug is dat je er hoog over alles heen ver kunt kijken. Kijken naar schepen, en vooral zeilschepen, blijft boeien. 'Wat is die catamaran nu weer aan het doen? Waarom ligt ie met zijn kop in de wind? Hij is zeker aan het reven.' We zijn niet nieuwsgierig, maar volgen ze wel en als het te gek wordt hebben we ook nog een mening. Je wordt zo afgeleid dat de twaalfhonderd meter brug zonder erg voorbij gaan.
Eenmaal tussen de begroeiing van het Hellegatsplein is alles weg, de wind en het zicht. Dat is er waarschijnlijk de oorzaak van dat ik beweer dat we nu in Zeeland zijn. Thuis corrigeert Google maps mijn weggezakte geografische basisschoolkennis en hoort Goeree Overflakkee weer ouderwets bij Zuid-Holland. Stom, want waarom zou het Floris-V pad, vernoemd naar een graaf van Holland naar Zeeland gaan? Waarom het pad naar Brabant gaat moeten we nog uitvinden.
Pas bij de Volkeraksluizen is er weer volop reuring. Tegen de honderdvijftigduizend binnenvaartvrachtschepen passeren hier jaarlijks. Ook in onze aanwezigheid ging dat continue door. De ene na de andere sluisgang werd gevuld en even later geleegd, drie lange schepen per keer. Geen tijd voor rust, het transport naar naar Antwerpen en Rotterdam moet door. Je kunt er vanaf de brug of vanaf de uitkijktoren uren naar kijken. Wij niet, want wij kregen trek in koffie. Door naar Willemstad, stad vernoemd naar Willem van Oranje.
Willemstad
Als oud vestingbewoner zag ik allerlei bekende objecten; een beer (een scheidingsmuur tussen grachten), wallen, bastions en kazematten. En een terras aan de haven, vlak bij het arsenaal. Dat zijn we eerst gaan proberen. Meer dan de moeite is het waard om daarna een rondgang over de wallen te maken. Maar dan mis je weer een deel van  het stadje zelf, dus lieten we ons na twee bunkers van de wallen af lokken. 
Mauritshuis

Als lokaas diende het mooie Mauritshuis, waarin wij duidelijk een voorbeeld van Hollandse renaissance architectuur herkenden. Het kan ook zijn dat we dat net gelezen hadden in de gids. Het blijft leuk om door zo een oud stadje te slenteren en op je gemak om je heen te kijken. Over de Hofstraat ging het langs de veel benoemde koepelkerk, een blik in de dubbele Voorstraat en even verder, inderdaad, de Achterstraat met op het einde de hoge Orangemolen. Voordat je het weet sta je via de Landpoortstraat weer buiten. Jammer. 
Voorstraat

Koepelkerk

Achterstraat
Polders
Daarna doken we in een ander deel van de lokale geschiedenis, de polders. Vooral met de komst van de Oranjes, begin zeventiende eeuw, is in dit deel van Brabant een begin gemaakt met de inpoldering van allerlei stroken buitendijks gebied tussen de diverse riviertjes en kreken. Meer dan vijftig grote en kleine poldertjes zijn hier aangelegd. Lange slagen maakten wij vandaag door Polder de Ruigenhil direct ten zuiden van Willemstad. Het tempo ging flink omhoog, want er was niets om voor stil te staan. Daarna stapten we over naar de Sabina-Henricapolder om na het overbruggen van de Dintel nog een laatste sprint te trekken door de Oude Prinslandse Polder. Elf kilometer in drie zinnen, dat zet zoden aan de dijk. Zo is het Floris V-pad snel op.
in de Sabina-Henrica Polder


De dagverslagen worden verzameld in de pagina