Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

Zuiderzeepad: wandelen rond het natte hart van Nederland 2018-?

Pimpelpaars hart van Nederland

Woensdag 24 januari 2018
29 kilometer

In de inleiding van de wandelgids lees ik woorden als waterbekken, visserijgebied, voormalige zee, strijd tegen het water, dijken, afsluiting in 1932, polders, internationaal vogelgebied. Je hart schiet alle kanten op, wordt er pimpelpaars van, maar het leert je in een paar bladzijden dat het Zuiderzeepad rondom de oude Zuiderzee trekt, dat je vele oude havenplaatsen zult doorkruisen, kilometers over dijken gaat en dat water een centraal thema is. En het kan er ook waaien. Alles kwam al meteen de eerste dag uit.
"Wandelen rond het gouden hart van Nederland" is de ondertitel van de Zuiderzeepadgids, die wordt uitgegeven door Wandelnet. Het deed mij direct denken aan Het Groene Hart van Nederland waar we met het Floris V-pad waren door getrokken. Groen begrepen we toen, maar goud roept niet direct associaties op. In de wandelgids wordt een relatie gezocht met gouden tijden die de Zuiderzeehavens in het verleden hebben gekend. Zelf dacht ik meer aan Het Blauwe Hart van Nederland. Alleen is dat ook al niet origineel, omdat hierachter op internet een coalitie tevoorschijn komt die "...staat voor het versterken van van de kwaliteit van het IJsselmeergebied en het stimuleren van de samenhang in het gebied." Toemaar.
Wat dan te denken van Het Natte Hart van Nederland. Dat blijkt weer de titel van een boek van Eric Leijenaar te zijn waarin hij "De geschiedenis van de vroegere Zuiderzee en de stadjes aan de oever ervan vanaf de ijstijd tot heden" beschrijft. Het Hart van Nederland slaat helemaal nergens op, omdat dan iedereen denkt aan het nieuws- en actualiteiten-programma van SBS6. 
Dan maar het pimpelpaarse hart van Nederland. Ok, genoeg theorie: "let's go and see for ourselves"
zelfs de cameralens was betraand door de wind
Fotomomenten 
Wil je deze etappe snel lopen dan moet je je ogen dicht doen en je camera thuis laten. Doodzonde. En dat hebben wij dus ook niet gedaan. Nog voordat we vanaf Station Enkhuizen bij het officiële startpunt bij het Zuiderzeemuseum waren was het een aaneenschakeling van havens, mooie oude gebouwen en schilderachtige straatjes. Deze dagbeschrijving is daarom meer een fotoreportage. Achtereenvolgens passeerden we de Buitenhaven, het oude vestingbolwerk de Dromedaris en de brug over de Oude Haven. We slingerden door nauwe straatjes, een volgende ophaalbrug hielp ons over de Oosterhaven en bracht ons op de Wierdijk, met een eerste blik op het IJsselmeer. De Wierdijk bood opnieuw schitterende oude koopmanshuizen en pakhuizen. Tot we aankwamen bij het Zuiderzeemuseum.
Buitenhaven
Dromedaris vlak bij de Oude Haven

dubbele ophaalbrug over de Oude Haven

Oude Haven

Dijk langs de Oude Haven


op de Wierdijk met rechts het water richting het IJsselmeer

prachtige oude woningen op de Wierdijk

Het Zuiderzeemuseum op de Wierdijk
Friezen
Staverse Poortje
Vandaag gaat het door West-Friesland. De naam van het Staverse Poortje duidt al op de verbinding met het echte Friesland. Onderweg bespreken we nog even waarom de Groningers geen Friezen zijn, want als je in Wikepedia kijkt dan vormen de Friezen ...een volk dat aan de Noordzeekust van Nederland en Duitsland leeft, waarvan het etnische besef tot het volk der Friezen te behoren in vroegere tijden groter was dan tegenwoordig. In Nederland rekent zich in het algemeen alleen dat deel van de bevolking van de provincie Friesland dat Fries spreekt zich nog tot het Friese volk. In mindere mate geldt dat ook voor de bewoners van de regio West-Friesland in de provincie Noord-Holland.
Ik kreeg altijd al de indruk dat Groningers zich geen Friezen voelen. Vreemd, maar als Hollander maak je daar geen punt van. 

Stadswandeling
Voor ons vormde het Staverse Poortje het startpunt van het Zuiderzeepad en een vervolg van de stadswandeling. Dat ging door straten met mooie en simpele namen. Over de Compagniesbrug en door de Zwaanstraat ging het, om even later kort te onderbreken bij het statige stadhuis, dat gesierd wordt met een gedicht van Joost van den Vondel. Een ode aan het moedige optreden van een Enkhuizer kapitein tegen een Duinkerker kaper. Bij het ontploffen van de kaper werd een kanon naar het Enkhuizer schip geblazen. En daar staan wij nu nietsvermoedend naast. 
Je wilt verder kijken, maar dit gaat helemaal verkeerd. We moeten, nee, we mogen nog ruim zevenentwintig kilometer en kunnen niet stoppen bij elk gedicht. Je komt ogen te kort, maar we moeten verder en sluipen door de Zuiderkerksteeg. 
Zuiderkerksteeg
Zuiderkerktoren
In de ban van de zeventiende eeuwse uitstraling dwalen we verder. Die ban krijgt een flinke knauw bij het betreden van de Enkhuizer Westerstraat, de lokale topwinkelstraat. Oude, karakteristieke gevels met standaard winkelketennamen erop geramd. Het blijft iedere keer weer een afknapper. Maar ook een Enkhuizer heeft recht op zijn HEMA, Scapino en Zeeman. Gelardeerd met verschillende restaurants en koffiehuizen is het er toch wel gezellig, zeker met de drukte van de woensdagmarkt. 
Helaas nog te vroeg om nu al te pauzeren en daarom treffen we ons zelf even later langs de Oude Gracht. Via enkele loopbruggen bereiken we bij een waterpoort de buitengracht, die om de vesting heen loopt. 
langs de Oude Gracht

langs de vestinggracht
Langs verschillende bastions gaat het naar de uitgang van de stad. Het mooie van Enkhuizen is dat er nog een echte grote stadspoort staat die vroeger de toegang de stad vormde. Imposant en blokkerend staat de Koepoort nog steeds te waken op alles wat passeert. Net als een statische voetballer wordt hij tegenwoordig wel uitgespeeld en links en rechts nonchalant gepasseerd door moderne burgers. Opeens sta je 'buiten'. Jammer, nog maar een keer terugkomen om het nog eens rustig rond te kijken. 
Buiten
Het dorp Westeinde vormt de verbinding tussen Enkhuizen en de achterliggende dorpen als Bovenkarspel, Grootebroek en Lutjebroek. Aan de lintbebouwing van het dorp is te zien dat 'Buiten' vroeger waarschijnlijk een boerenomgeving was. Aan de diverse bouwstijlen af te leiden zijn daarna in de vorige eeuw alle ruimtes tussen de oorspronkelijke boerderijen en landarbeidershuizen volgebouwd. Het is een ratjetoe van vooroorlogse huizen, jaren vijftig woningen en latere stuiptrekkingen. Kijk je dan weer tussen de huizen door dan staan er achter die linten enorm uitgestrekte moderne zaadfabrieken van Monsanto en Syngenta. Geen reden dus om te vertragen. Door gaat het naar de afslag in Bovenkarspel die ons terug zal brengen naar het water van het Markermeer.
Dijk
Dijk, een van de kenmerkende woorden van Nederland. Alles wat hier een beetje wil overleven zit achter een dijk. Het begon vanochtend al in Enkhuizen met De dijk en de Wierdijk. Vanaf de kaart hadden we al gezien dat het een dijkentocht zou worden. De volgende dijk op het programma is de Zuiderdijk. Vijftien kilometer tot aan Schellinkhout, net voor Hoorn. De toeristische banken leren je dat je met deze dijk op een onderdeel van de West-Friese Omringdijk loopt, ooit een echte zeedijk. Dat je het maar weet. 
Deze dijk scoorde direct met de aanwezigheid van  restaurant De Woeste Hoogte. De hoogte zal wel met de plek op de dijk te maken hebben en het woeste met de wind. Het appelgebak ging er in ieder geval woest in. Voortreffelijk. Ouderwets van de lokale warme bakker werd er bij verteld. Dat hadden we ook nodig want meer horeca was er in de enkele dijkdorpen en gehuchten niet geopend op deze woensdag in januari. Meer wandelaars waren er trouwens ook niet. Gek. Wind en ruimte genoeg.
Lange slagen
Op zo een hoge dijk heb je een mooi uitzicht over het water en het land. Maar ook naar de volgende hoek. Niets blokkeert het zicht. Het lijkt dichtbij terwijl ik op kaart zie dat het ieder keer weer om honderden meters tot een kilometer gaat en voorbij Oosterleek zelfs om een stuk van enkele kilometers. Even snel naar de volgende hoek lopen is er hier niet bij. Wel even mentaal volhouden tot die hoek echt bereikt is. 
vlak voor Oosterleek
na Oosterleek kijk je zo drie kilometer verder
Ondertussen stormde het maar door en spatten de hoge golven op de basaltkeien uiteen. Om de tijd te vullen maak je links een foto van een dichtregel op een baken en even later achter je een foto van Frank die schuin tegen de wind in oploeft. 



In het dorp Schellinkhout zoeken we benedendijks de luwte op in de hoop het café te vinden dat op onze kaart staat. Het café is weggewaaid of onze waarneming is vertroebeld. Even later staan we net zo nuchter als voor Schellinkhout weer vol in de wind bij de molen en ijsbaan gelijk buiten het dorp. Met deze temperaturen geen koek en zopie, wel wind. 
Schellinkhout

ijsbaan van Schellinkhout
De laatste kilometer naar Hoorn wordt er nog een schep wind bovenop gegooid als we pal tegen de wind naar de havens worden geleid. Alle lokale wandelaars lopen met de wind mee en gaan zeker weer binnendoor terug. Zo een routebeschrijving is toch wel dwingend of wij doen iets fout.




Hoorn
Hoorn maakt al het gestoemp en het doorwaden van diepe plassen meer dan goed. Ook hier eerst van de ene naar de andere haven. Van de Buitenhaven, naar de Vluchthaven en met een kleine slinger naar de Binnenhaven met op de kop de markante Hoofdtoren. 
Hoofdtoren van Hoorn

Hoofdtoren vanaf de Vluchthaven
Tijd om in havenkroeg 't Sneeker Veerhuys de betraande ogen te wissen en eindelijk een colaatje te drinken. Daarna gaat het over de Bierkade weer dieper Hoorn in. 
naar de Bierkade
Vochtig zijn niet alleen onze ogen. De straten en pleinen schitteren nu door de motregen, maar stralen toch de VOC-grandeur uit. Zeker de gevel van het West-Friesmuseum waar ooit in de zeventiende eeuw het statencollege, het bestuur, van West-Friesland resideerde. Daar tegenover de vierkante Waag. Al is het nu verlaten en nat, het heeft toch wel wat. 
plein Rode Steen met het West-Friesmuseum

Waag
Wij volgen als altijd trouw het pad en krijgen een indruk van de huidige middenstand. Achter een prachtige art decogevel waar ooit tabak, snuif en sigaren werden verkocht leiden de etalages nu een zieltogend bestaan. Dichter bij het station heeft Judith de stad verblijd met een handel in kroketten, snack en ijs. Zakenvrouwtjes, die Judiths, laat maar schuiven. Wij schuiven niet veel later de trein in. Even zitten en staren naar West-Friesland in januarigrijs. 


Etappeplanning 
Het mooie van het traject Enkhuizen-Hoorn is dat je start en eindigt in een mooie oude havenstad, met prima horeca en, aantrekkelijk, beide een treinstation. Een uitdaging vormt wel het ruime aantal kilometers; bijna achtentwintig over het pad. Met de aanlooproute van station Enkhuizen naar de start bij het Zuiderzeemuseum en de aflooproute in Hoorn erbij haal je zeker de negenentwintig. Moet je daarbij lang tegen de wind in douwen zonder voldoende rustmomenten dan neem je een dag later even een sportvrije dag. 
Er zijn daarbij twee records gesneuveld. Als eerste was het de warmste 24 januari sinds de metingen in 1901 zijn begonnen: 14,4 graden in De Bilt. Als tweede hebben wij vandaag bijna 18 km achter elkaar opgebokst tegen windkracht zeven met uitschieters naar acht. Onze bovenbenen deden er op het eind zeer van. De volgende wandeling maar een tandje minder. Anders is het Zuiderzeepad ook zo snel op.





Buitendijkse winterwandeling

Woensdag 7 februari 2018
22 kilometer

Wat is het mooi om op een zonnige winterdag direct langs de oevers van het Markermeer te wandelen. Met voldoende kleding aan en een goede muts op was het ondanks de vorst zelfs aangenaam om in de zon te lopen. Bijna niet te geloven dat het 's morgens bij vertrek nog vier graden vroor en onderweg net iets boven nul kroop. Maar de spiegelende ijskunstwerken en het laagje ijs op de ondiepe waterplassen en basaltblokken aan de oever lieten er geen twijfel over bestaan; vandaag was het echt winter. Zon, lichte vorst, schitterend aangevroren takken, onverhard dijkenpad, koog, Edam; dat waren de trefwoorden van deze wandeling.

Hoorn bleef kleven
Kunstwerk in het meer bij schouwburg Het Park
Als een hardnekkige wielrenner bleef Hoorn kleven. Tot vlak voor Edam konden we de grote witte hal van de schouwburg van Hoorn aan de oever van het Hoornse Hop zien blinken in de zon.  Zeventien kilometer lang bleef Hoorn ons zichtbaar baken totdat we eindelijk bij Edam landinwaarts liepen. De vergelijking met wielrenners is niet eens zo gek, want de hele dag zagen we op het asfalt beneden naast de dijk dik aangeklede renners van middelbare leeftijd met neopreen overschoenen en handschoenen de kou trotseren en hun kilometers maken. Wandelaars daarentegen waren schaars. Gemiste kans.
silhouet van Hoorn met links de schouwburg in de zon
Onverhard dijkpad
Meteen al vanaf Hoorn liep het pad boven op de dijk. Over het gras ging het, soms redelijk egaal, maar ook lange stukken vermoeiend over pollen en hardbevroren ondergrond. Alles heeft een positieve kant, we zakten nu niet weg in blubber of venige ondergrond in de buitendijkse passages. Tussen Hoorn en Scharwoude ligt voor het buurtschap De Hulk een mooie kleine strook buitendijks gebied waar vandaag bruine schapen hun domein hadden. Deze schapen lieten ons nog keurig met rust.

Het kleine Scharwoude hebben we niet echt bezocht, maar vanaf de dijk geïnspecteerd. Ter hoogte van dit kleine dorp liepen we op dakniveau van de kerk en zagen dat het geen kerk meer is, maar een woning met een prachtig dakterras met 'zicht op zee'. Goed gebruik van een karakteristiek gebouw, dat zo toch behouden blijft en het dorpsaanzicht blijft bepalen. Een alternatief soort vastigheid en eigen baken voor de Scharwouers. 
Dat is het mooie van het lopen op de dijk, je kijk over alles heen. Je loopt, in tegenstelling tot de wielrenners beneden, in twee werelden. Aan de ene kant het land en de nog lagere polders die zich als een badkuip aftekenen en aan de andere kant zie je het eindeloze water met hier en daar een schip. 

Buitendijks
Verder ging het over de IJsselmeerdijk richting Schardam. We passeerden een gedenkteken en leerden dat honderden jaren geleden dit stuk Markermeer, toen nog Zuiderzee, land was. In de dertiende eeuw liep de dijk vanaf Schardam rechtstreeks naar Hoorn. Dijkdoorbraken hebben het gat bij Hoorn laten ontstaan. De verschillende 'wielen', waterkommen achter de dijk, zijn daar nog getuigenissen van. 

Echt buitendijks waagden we ons voor de eerste keer in de Floriskoog, net noord van Schardam. Hobbelig ging het langs een lage kade met bevroren graspollen. We dachten snel af te steken en strompelden daarna over uitgetrapte koeien sporen en liepen dood op niet waargenomen sloten. Het ijs was te dun voor een eenvoudige overtocht. Ouderwets springen was nodig om de uitgang van dit gebied te vinden en tenslotte over een loopbrug de veilige dijk te bereiken. Jan Kaas op wintersafari.



Wapen van Schardam bij de sluis
Schardam bood geen gehoopte horeca. Daarvoor hadden we een zoektocht op een uitgebreid campingterrein moeten ondernemen, met dan nog de kans dat ze op woensdag in februari gesloten zijn.  Die zoektocht hebben we voorbij laten gaan en bleven op eigen water en brood ons verder vergapen aan dit Noord-Hollandse gehucht aan het water, met een eigen haventje, een eigen wapen en een eigen sluis. Waarschijnlijk is dat de dam geweest in de Schar? Of is dit onzin door cafeïnegebrek. 
buitendijks jachthaventje bij Schardam
Koog
Het woord Koog kom je veel tegen in West-Friesland. We vroegen ons af wat het precies betekende. Kijkend naar de namen op onze kaart gokten we onderweg al op polder. Thuis op Wikipedia waren er nog meer betekenissen: Buitendijks, Buitendijks aangeslibd land, Ingedijkt land, Oude naam voor polder.  Wij waren er nu toch en hebben daarom verschillende varianten uitgeprobeerd. Na Schardam doken we het ondergelopen en bevroren lage buitendijkse land van de Oosterkoog in. Schitterend. Het mooiste stuk van de dag. Kijk even mee en geniet.


Het wandelpad gaat over de lage kade die het buitendijkse land scheidt van het Markermeer. Het moet hier niet hard gaan waaien anders loop je als het ware in overslaand buiswater. Nu is dat overslaande water de afgelopen dagen vastgevroren op taken en hekken. Prachtig. Hier en daar was het glad door bevroren plassen. Verderweg klonterden grote groepen koeten, eenden en een enkele gans samen rond een laatste wak. 
Warder stootram
Bij Gemaal Warder hebben Frank en ik in de zon toch een poging tot een rust gedaan. Met onze benen los over de betonnen beschoeiing gaf het een heerlijke ontspanning. Je koelt meteen ook lekker af. Het trekt zo vanaf je bovenbenen naar je ruggengraat omhoog. Opstaan maar weer voor we hier vastvriezen.

Ook het dorp Warder hebben wij slechts vanaf de dijk op architectonische waarde becommentarieerd. Er is net een nieuw zijstraatje met moderne huizen in allerlei stijlen aan het lintdorp toegevoegd. De huizen variëren van retroboerderijen tot retro hooibergen waar planken omheen getimmerd zijn. Op die manier heeft Warder naast de hoofdstraat toch al mooi drie zijstraten. Tussen die straten liggen gewoon nog drassige weilanden om de orde niet teveel te verstoren. 

de foto hebben we genomen nadat we weer achter het hek stonden
Wij zorgden wel voor verstoring van de orde en rust. Althans dat was de mening van een loslopende ram op de dijk. Met zijn dikke rammenkop meende hij toch wel recht te hebben op een eetbare gift. Bij onze terughoudenheid ging hij over tot de aanval en begon nog echt te stoten ook. Waar hij niet zo goed tegen kon was het trekken aan zijn oor om hem wat af te remmen. Het zijn net kinderen. Maar ook een man-schaap met een anti-autoritaire opvoeding moet zijn plaats weten. Dit laatste bedacht ik vooral toen ik weer aan de veilige kant van het hek stond.

Voort ging het over de dijk. Hek over, hek af. Rechts een oude stolp-boerderij met daarnaast een omgebouwde hooiberg. Er zouden in Amsterdam makkelijk tien appartementen van gemaakt kunnen worden. Links hier en daar stukken schelpenstrandjes, een aantal recreatiestroken en tenslotte de jachthaven van Edam.
mooie schelpstrandjes als bewijs van de oorspronkelijke zoute Zuiderzee
Edam
Eenmaal van de dijk af begint er in Edam weer een nieuwe wereld. Na een laatste korte blik over de jachthaven en de sluis, starten we met onze ontdekkingstocht in dit stadje. We lopen parallel aan het langgerekte kanaal naar het Centrum; dichtbij het IJsselmeer nog Oorgat geheten en halverwege naar het centrum wordt dat de Voorhaven. De oudheid van de huizen loopt naar het centrum toe op en de schilderachtigheid en fotowaarde stijgt mee. Links en rechts van deze gracht trap- klok- en andere gevels. Je komt ogen te kort en slentert al kijkend verder. 




Eenmaal op het Damplein houden we kort pauze. Het plein is niet groot, maar is omringd door het statige raadhuis, de voormalige Boterhal en een kerk. De eigenlijke dam is een soort bultrug over het water, waaronder zich de sluizen bevinden die het water afsloten. Niet verwonderlijk dat de naam van de straat veranderd in Spui. De naam Edam komt van het afsluiten van de E schat ik in. Op de kaart staat IJe, maar die loopt weer niet onder het Damplein. Lastig als je niet uit Edam komt en ze alles veranderd hebben zonder het door te geven. 
Raadhuis Edam, op de voorgrond de overkoepeling van de damsluizen

damsluizen Edam
We vervolgen over het Spui richting de Kaasmarkt. Op deze dag geen markt en daarom laten we ons direct via de routebeschrijving met een omweg naar de Grote Kerk leiden. Groot is in dit geval niet overdreven. Van ver hadden we eerder al vanaf de IJsselmeerdijk gezien dat het een bescheiden toren was met een enorm schip. Van dichtbij zien we dat het schip zelfs drie hallen breed is. Je vraagt je af hoe en waarom zo een klein stadje in het verleden zo een grote kerk nodig had. Dat gaan we de volgende keer zeker uitzoeken als we van hier starten voor de vervolgetappe. Voor dit moment is ons opnamevermogen voldoende bevredigd. Je moet niet alles in een keer willen weten. 


Reigerkolonie in een boom naast de kerk

Langs een smalle gracht slenteren we richting het busstation. Thuis zie ik op Google-maps dat die smalle gracht het riviertje de IJe is, dat door loopt richting Volendam en niet via de Edammer Voorhaven naar zee. Waar zit dan die dam in de IJe? Nu al twee vragen voor de volgende wandeling. We komen nooit meer weg uit Edam.
ophaalbrug over de IJe met op de achtergrond de Kleine Kerk met de carillontoren


Geen opmerkingen:

Een reactie posten